Hoofdmenu

Inloggen

Log in om toegang te krijgen tot artikelen voor leden.






Jagen en Beheren

Jagen en beheren of Beheren en jagen?


Wellicht fronst u de wenkbrauwen bij het lezen van deze titel, want jagers weten maar al te goed, dat vooral het schot de aandacht trekt en dat de meeste mensen dan onmiddellijk aan "doden"  denken. En toch schiet de gemiddelde jager slechts een paar honderd patronen per jaar; de ene wat meer, de andere wat minder en dan ook nog daarvan een deel op de schietbaan. Echte jagers zijn het hele jaar door bezig met het verzorgen, beschermen en beheren van hun jachtveld. Ze weten wat het wild nodig heeft om er zich "goed" te voelen. Ze zullen kosten noch moeite sparen om het jachtterrein wildvriendelijker te maken en samen met het wild profiteren alle in het wild levende dieren van de inspanningen van de jagers. De jagers zetten zich met hart en ziel, en met oog voor evenwicht en soortenrijkdom, voortdurend in voor de natuur. Zo kan de jager er zeker van zijn, dat, wanneer de tijd van oogsten is aangebroken, hij dit met rede en verstand kan doen, zonder een negatieve impact op het totale natuurgebeuren.

In ons land zijn ongeveer 26.500 jachtaktehouders die hun activiteiten op basis van de Flora- en faunawet kunnen uitoefenen.

De Flora- en faunawet maakt  onderscheidt tussen JAGEN en “BEHEER en SCHADEBESTRIJDING”.

De wet omschrijft jagen als volgt: het bemachtigen, doden of het met het oog daarop opsporen van wild alsmede het doen van pogingen daartoe.

Beheer en schadebestrijding worden dus NIET als jagen beschouwd. De jager heeft hiermee echter wel mee van doen en zal de grondgebruiker bij staan bij het voorkomen en bestrijden van schade. Beheer van wild- en diersoorten is daarbij van groot belang.

In deze wet staan zes (wild-)diersoorten waarop mag worden gejaagd: de haas, de fazant, de patrijs, de wilde eend, het konijn en de houtduif. Dat deze dieren in de wet staan, betekent niet dat het hele jaar op ze mag worden gejaagd. Per soort is vastgesteld, waar, waarmee en wanneer erop mag worden gejaagd. Op de patrijs mag alleen weer worden gejaagd als de patrijzenstand verbetert, daarom is de jacht op de patrijs momenteel nog gesloten.


Jachtmethoden

Als algemene richtlijn wordt gesteld, dat er in principe alleen gejaagd wordt conform de afspraken, die zijn vastgelegd in het wildbeheerplan van de WBE De Moer e.o. en het faunabeheerplan van de provincie. Er mag dus niet  worden gejaagd op een manier, die de jacht in diskrediet brengt. Ook moet uitdrukkelijk rekening gehouden worden  met de gedrags- en weidelijkheidsregels, zoals die worden onderwezen in de voor alle jagers verplichte jachtopleiding.

Er zijn verschillende manieren om wild te bejagen: zowel individueel als in groepsverband en met verschillende jachtmiddelen.

Jacht voor de voet

Een kleine jacht voor doorgaans één of enkele personen. De jager loopt, al dan niet met een hond, door het veld op zoek naar wild.

Waterwild

Deze jacht is alleen toegestaan op wilde eenden. Ze kunnen onder meer worden bejaagd vanuit een boot of vanuit een schuilplaats op de grond. De zogenaamde eendenkooi is een oude jachtmethode die wordt uitgeoefend door een eendenkooiker in een speciaal ingericht en beschermd gebied: “de eendenkooi”.


Jacht door middel van de 'aanzit'

Heeft doorgaans plaats bij zwartwild (wilde zwijnen) maar ook bij herten en reeën. De jager loopt niet door het veld maar blijft lange tijd op dezelfde plek op de grond zitten om het geselecteerde dier in het vizier te krijgen. Vaak in combinatie met jacht vanuit een hoogzit.

Jagen vanuit een "hut"

Deze vorm van jagen vindt vaak plaats op houtduiven, kraaien en eenden. Een hut is vaak een dekking van natuurlijke materialen zoals takken met bladeren, riet of rieten matten. Ook stokken met camouflagenetten worden veel gebruikt.

Jacht vanuit de 'hoogzit'

Jagen vanaf een verhoging. Het jachtveld is beter te overzien, wild makkelijker te selecteren, en het schot is beter en veiliger af te geven.


Drijfjacht

De drijfjacht heeft plaats met meerdere jagers. Behalve door de jagers wordt aan de drijfjacht ook door een aantal honden en de nodige 'drijvers' deelgenomen. Het wild wordt door mensen en honden uit een bepaald gebied gedreven  en 'opgewacht' door de jagers.  Vergunningen zijn niet nodig voor drijfjachten op hazen, fazanten en konijnen.  Deze manier van jagen wordt vaak gebruikt op grote open vlakten of zeer dicht begroeide bospercelen. Op wilde varkens is de drijfjacht in deze vorm niet toegestaan.

Aardjacht

Hierbij worden vossen in hun ondergrondse verblijven met speciale hondjes bejaagd. Als de vos zijn hol verlaat kan deze met het geweer worden geschoten.

Het gebruik van honden is toegestaan, mits de holen niet worden vernield en de periode is toegestaan in de wet.


Jachtmiddelen

Bij de jacht kunnen ook andere middelen gebruikt worden dan het geweer. Zo zijn er de ‘Beizjacht’ (Duits) (met behulp van een roofvogel zoals een slechtvalk of havik), de vallenjacht en de bouwjacht. De laatste is de jacht bij konijnenholen met gebruik van onder meer fretten en buidels of de jacht op de vos met honden.

Eendenkooien

Zij dienen geregistreerd te zijn bij het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Alleen wilde eenden mogen worden bejaagd vanuit de kooi.

Lokvogels

Lokeenden en lokduiven mogen bij de bejaging van wilde eenden en houtduiven worden ingezet. Ze mogen niet blind of verminkt zijn.

Lokinstrumenten

Voornamelijk fluitjes en andere blaasinstrumenten. Lokinstrumenten mogen niet elektronisch of mechanisch zijn, ook de duivendraaimolen valt hieronder.

Fretten

Worden gebruikt bij de 'bouwjacht'. De fret wordt in het konijnenhol (de bouw) gestuurd om het naar buiten te drijven. Het konijn wordt dan geschoten of opgevangen in buidels.

Buidels

Dit zijn netten, waarmee konijnen, die uit hun hol zijn gedreven, gevangen kunnen worden.

Kastvallen

Het dier wordt door middel van een soortgenoot of eten naar de kast gelokt. De kast sluit op het moment van betreden. Op ontheffing kunnen kastvallen ook voor andere dieren dan vos, konijn en verwilderde kat worden gebruikt.Voor de kraai en de kauw was de kraaienvangkooi en de kastval toegestaan in verband met een algehele landelijke vrijstelling sinds 1 april 2004. De kraaienvangkooi en de kastval voor het vangen van kraaien en kauwen  is in 2009 voorlopig verboden.

Kunstlicht en extra afschot ten behoeve van Beheer en Schadebestrijding

Beheer en schadebestrijding met gebruikmaking van kunstlicht of het extra  afschot, ter voorkoming van schade is alleen dan toegestaan wanneer andere middelen niet het gewenste resultaat hebben bereikt.Indien er een ontheffing is verleend voor het gebruik van een lichtbak,  wordt het veld met een sterke lamp verlicht en dieren, die ’s nachts actief zijn(bijvoorbeeld vos of konijn) zijn dan beter te beschieten.

Deze middelen zijn alleen toegestaan met toestemming van de Faunabeheereenheid en na toestemming van de grondgebruiker.

De hiervoor benodigde ontheffingen worden door de WBE aangevraagd bij de Faunabeheerheid aan de hand van de schade meldingen door de grondgebruikers. De grondgebruiker is verantwoordelijk voor het nemen van preventieve maatregelen om schade te voorkomen en als dat niet helpt kan een ontheffing worden aangevraagd.


Overige Middelen

Motorvoertuigen

Bij de uitoefening van beheer wordt het gebruik van gemotoriseerde vervoermiddelen tot het uiterste beperkt; er mag alleen maar worden geschoten van af of vanuit een stilstaand voertuig.

Bij elke jachtvorm dient zo mogelijk een bruikbare jachthond aanwezig te zijn, tenzij tegen de aanwezigheid van een hond uitdrukkelijk bezwaar is gemaakt door de grondeigenaar of grondgebruiker.


 

 

Nieuws

Hubertusviering 2019
05 november 2019, 13.30
Hubertusviering 2017
02 november 2017, 11.01
Schoonmaakdag 2017
08 maart 2017, 08.51